Wet Werk en Zekerheid: transitievergoeding voor trainers

De trainerscarrousel draait alweer op volle toeren; veel verenigingen zijn op dit moment bezig om een hoofdtrainer voor het eerste elftal aan te stellen voor het nieuwe seizoen. De meeste clubs maken op de nieuwjaarsreceptie bekend welke trainer er voor de groep komt te staan, maar als dit een contractverlenging betreft, moet het bestuur van een vereniging goed opletten. Met ingang van 1 januari 2015 en per 1 juli 2015 worden diverse veranderingen in het arbeidsrecht ingevoerd, die ook van toepassing zijn op de sportsector. “Als een dienstverband 24 maanden of langer heeft geduurd, heeft een oefenmeester recht op een transitievergoeding. Dit kan oplopen tot maximaal €75.000.”

Een vereniging mag een vrijwilliger maximaal €1.500 euro netto per jaar geven als dank voor zijn inspanning, zonder dat de vereniging loonbelasting over dat bedrag moet betalen. Dan wordt er gesproken van een vrijwilligersvergoeding, maar als een club in een jaar meer geld aan de trainer geeft, dan is hij officieel in loondienst. In dergelijke gevallen is een oefenmeester dus werknemer van de vereniging. Dit is vaak het geval met hoofdtrainers die een eerste elftal onder hun hoede hebben. Vooral in het amateurvoetbal kunnen trainers aardig wat geld verdienen. Op 18 februari 2014 heeft de Tweede Kamer ingestemd met de Wet Werk en Zekerheid, waardoor er per 1 januari en 1 juli 2015 in twee termijnen nieuwe regels worden ingesteld met betrekking tot het arbeidsrecht. Zo moet een sportvereniging rekening houden met de transitievergoeding.

Transitievergoeding

“Vanaf 1 juli 2015 is de werkgever een wettelijk verplichte transitievergoeding verschuldigd als een arbeidsovereenkomst – die ten minste 24 maanden heeft geduurd – op initiatief van de werkgever wordt opgezegd, ontbonden of niet wordt verlengd”, zegt minister Asscher. “De vergoeding is een voortvloeisel van de Wet Werk en Zekerheid en het gaat om 1/6e maandsalaris per zes maanden diensttijd over de eerste tien jaar van de arbeidsovereenkomst, en 1/4e maandsalaris per zes maanden diensttijd voor de periode daarna. De vergoeding wordt maximaal €75.000 euro per jaar en maximaal een jaarsalaris voor mensen die meer verdienen dan €75.000 euro per jaar.” Dit geld kan gebruikt worden voor scholing om over te stappen naar een andere baan of een ander beroep. Asscher: “Voor kleine bedrijven komt een overgangstermijn; zij mogen tot 2020 een lagere ontslagvergoeding betalen als zij een arbeider gedwongen moeten ontslaan.”

Een aanzegtermijn

Wanneer het bestuur van een vereniging de trainer een tweede of derde contract geeft, dan moet de club er rekening mee houden dat er een transitievergoeding betaald moet worden als de club het contract van een hoofdtrainer niet verlengt. Bovendien wordt er per 1 januari 2015 een andere regel van kracht waar bestuurders ook rekening mee dienen te houden. “Vanaf 1 januari geldt voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd voor de duur van zes maanden of langer een aanzegplicht”, legt Asscher uit. “De werkgever dient uiterlijk een maand voor het einde van rechtswege aan te geven of de arbeidsovereenkomst wordt verlengd. Doet de werkgever dat niet, dan moet hij aan de werknemer een boete betalen van één maandsalaris of over de tijd dat de club te laat is.”

Vast contract: 2 jaar

In dit jaar staat de sportvereniging ook voor een andere juridische verandering. Met de Wet Werk en Zekerheid kunnen sportorganisaties per 1 juli 2015 nog maximaal drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd overeenkomen in een periode van twee jaar. “Dit houdt bijvoorbeeld voor tennisverenigingen in dat werknemers met een tijdelijk contract niet na drie jaar, maar al na twee jaar aanspraak maken op een vast contract”, zegt een woordvoerder van de KNLTB. “Dat is dus een jaar korter geworden. Daarnaast is de termijn waarbinnen contracten als opeenvolgend worden gezien, verlengd van drie naar zes maanden. Dus stel: je besluit een tennisleraar na een derde contract niet meer te verlengen. Dan mag je als werkgever pas minstens na een halfjaar dezelfde tennisleraar opnieuw een contract aanbieden.” Voorheen had je als sportvereniging nog de mogelijkheid om de samenwerking met een trainer in de zomer- of winterstop voor drie maanden en één dag stop te zetten. Dat is door de nieuwe regels niet meer mogelijk.  Door: Sport FM/Twan Epe