Unieke samenwerking vader en zoon bij vrouwenvoetbal AAC/Olympia

ALTFORST – Gerard en Jorrit Banken (resp. 58 en 32 jaar) klaren samen de klus als trainers van het eerste vrouwenelftal bij AAC/Olympia. Het elftal, dat de thuiswedstrijden speelt op het sportcomplex in Altforst, werd vorig seizoen kampioen en promoveerde naar de vierde klasse. Jorrit en Gerard Banken.

Vader en zoon voetbalden zelf actief. Gerard bij AAC en DBV, Jorrit bij Avios/DBV. Hun mooiste succes was het kampioenschap in het seizoen 2016/2017 met team 2 van Avios/DBV, Jorrit als speler, zijn vader als coach. Ze bewaren allebei mooie herinneringen aan het zelf spelen. Blessureleed maakte een einde aan hun wedstrijdspel, waarna ze zich op het trainerswerk stortten. Daarna zochten en vonden ze inspiratie in het trainen en begeleiden van vrouwen bij AAC/Olympia, waar ze samen optrekken. Gerard en Jorrit hebben dezelfde kijk op het meisjes- en vrouwenvoetbal: ‘Het kenmerk is laagdrempeligheid en daarbij zit het in de lift. De successen van het Nederlands vrouwenelftal geven een kick en zorgen voor populariteit. We hopen dat de vrouwen zo lang mogelijk hier in Altforst blijven spelen. Hun aanhang is altijd aanwezig. De voetbalvrouwen vormen hier een hechte vriendinnengroep.’

Na de promotie ondervindt hun elftal het grote verschil tussen de vijfde en de vierde klasse. De ploeg richt zich op klassebehoud en wil in het seizoen daarna doorgroeien. Vader en zoon Banken vullen elkaar aan bij de begeleiding: ze hebben dezelfde kijk op het spel en alle twee een eigen aandeel: Gerard richt zich op het tactische aspect, Jorrit werkt aan de teamgeest en doet de oefeningen voor.

Vanuit hun voetbaltijd hebben ze veel opgestoken van clubtrainers in het mannenvoetbal. Ze noemen de sterke kanten van trainers als Gerrit Smits en Arie Kraaijveld. Jorrit heeft de ambitie om later, na het volgen van cursussen, ook bij de mannen trainer/coach te worden. In hun samenspel bij de vrouwen van AAC/Olympia streven ze naar honderd procent inzet. Ze peppen de groep op tijdens de rust. Ze laten eerst de speelsters vertellen wat ze zelf van het verloop vinden en daarna komen de verbeterpunten in het groepsgesprek. Hun omgang met de vrouwen ervaren ze als dankbaar.

Kijkend naar de follow up van Nederlands vrouwenvoetbal hebben ze een duidelijke visie: ‘De aanwas moet liefst komen van jonge meisjes. In het jeugdvoetbal kunnen ze aan basisvaardigheden werken. Dat is een voordeel zodra ze naar het vrouwenvoetbal doorstromen.’

Door Anton Janssen