Hoe gaat het met l Rogier Meijer (ex-De Graafschap) “Iedereen ging voor z’n eigen “

Arnhem – Door hard werken en in zichzelf  te investeren.  De meeste spelers debuteren als ze achttien zijn, hebben een goede basis meegekregen op voetbalgebied. Dat had hij niet. Hij was tweeëntwintig toen hij debuteerde in het eerste van De Graafschap. 

Deze week nemen we het voetballeven van ex-prof Rogier Meijer onder de loep.  Rogier begon  bij Zelhem , daarna is hij naar VIOD gegaan. Hij heeft ook nog bij SV Babberich en bij Bennekom gespeeld. SV Babberich was toen een goede hoofdklasser en draaide mee in de top van de zondag hoofdklasse. SV Babberich was voor Rogier de ideale opstap naar hoger voetbal. Bij Bennekom speelde hij één jaartje. Doordat Van den Brom, hoofdtrainer bij Bennekom was, is hij bij De Graafschap terechtgekomen en een contract tekende voor de superboeren. Lees verder ………………….

Op welke leeftijd ben je begonnen met voetballen?
“Net als de meeste jongetjes, toen ik een jaar of vijf was.”

Had je altijd al de ambitie om profvoetballer te worden?
“Ja, dit is ook wel een beetje ingegeven door een familietraditie. Een groot deel van de familie was betrokken bij De Graafschap. Zo was mijn opa materiaalman en werkte mijn oma daar ook. Ik ben een echte voetbaljongen en dan droom je ervan om profvoetballer te worden.”

Was jij al direct een uitblinkertje of heb je er echt voor moeten werken?
“Ik ben zeker geen uitblinker geweest en ook niet de meest technische en elegante speler. Toen ik bij de jeugd van De Graafschap speelde, hebben zij ervoor gekozen om niet met mij door te gaan. Goed, dan ben je 14 jaar en dan spat jouw droom uiteen. Uiteindelijk is het toch goed gekomen, al heb ik niet de gemakkelijkste weg bewandeld om profvoetballer te worden.”

In wat voor een opzicht ben jij goed voor een team?
“Ik ging niet voor mijn eigen succes; ik dacht altijd in het belang van mijn team. Ik probeerde voor een goede sfeer te zorgen. Daarnaast was ik er niet van vies van om de vieze klusjes op te knappen: verdedigen en meters maken. Ik was een beetje het cement tussen de stenen, zeg maar. Ik ging ervoor, alleen dan op mijn manier.”

Hoe belangrijk is het voetbal voor jou?
“Heel belangrijk. Dit is naast mijn vriendin en kinderen het belangrijkste wat er is. Het is mijn werk, mijn hobby en mijn passie.”

Jouw passie, kun je daar iets meer over zeggen?
“Ik sta op met voetbal en ik ga ermee naar bed. Ik ben er altijd mee bezig. Ik wil proberen mijn spelers te verbeteren, maar ook het team. Gewoon, omdat ik het leuk vind.”

Mis je het spelen zelf?
“Nee, ook nooit gehad. Het enige dat ik weleens mis, is de spanning die je als speler voelt. Als trainer heb je dat gewoon minder. Als speler voelde je de hele dag die wedstrijdspanning en tijdens de wedstrijd ging je los. Als trainer heb je niet zoveel invloed op de dag. Tijdens de trainingen breng ik structuur aan in het team en bij de spelers. Op de wedstrijddag is het aan de spelers. Natuurlijk coach je op zo’n wedstrijddag en ben je meelevend. Als speler ervaar je een wedstrijd anders. Winst geeft zo’n magisch gevoel, zeker omdat je daar de hele week hard voor getraind hebt. Als trainer ben je veel meer met het proces bezig. Natuurlijk, het resultaat is ook belangrijk, maar de beleving is anders.”

Wat is jouw mooiste ervaring geweest bij profvoetbal?
“Eigenlijk alles. De ervaring die ik opgedaan heb als profvoetballer, het spelen tegen bekende tegenstanders en het spelen in de stadions. De twee keer dat we kampioen met De Graafschap zijn geworden, staan me ook goed bij.”

Wat zie je als dieptepunt?
“De twee keer dat we met De Graafschap gedegradeerd zijn. Op zo’n moment denk je dat de grond onder jouw voeten wegzakt. Maar ja, dat hoort ook bij de sport! Door teleurstellingen en tegenslagen kun je als voetballer sterker worden. Ik zie die momenten als leermomenten. Ik denk dat je een betere voetballer wordt als je te maken krijgt met tegenslagen en teleurstellingen.”

Hoe is de band met NEC?
“Dit is mijn eerste jaar bij NEC. Ik moet zeggen dat ik me er heel erg thuis voel. De samenwerking met mijn spelers en andere trainers is heel prettig. We werken met z’n allen voor NEC en niet alleen voor het eigen team. Bij NEC proberen we de jongens een veilig gevoel te geven en hen zo de mogelijkheid te beiden om zich te ontwikkelen. Het is een kwestie van vertrouwen. We proberen de jongens echt te helpen. Om dit te laten slagen, moet je een band met ze opbouwen.”

Heb je alles uit jouw talenten gehaald?
“Ja. Ik heb bijna 300 wedstrijden gespeeld. Ik was niet de meest technische speler, maar door mijn discipline heb ik wel de nodige vaardigheden aangeleerd. Achteraf gezien, vind ik het wel jammer dat ik niet voor een andere club gespeeld heb. Die kans heb ik laten liggen. Ik was tevreden met wat ik had.”

Mis je het profvoetbal nog weleens?
“Nee, omdat ik nog dagelijks met het voetbal bezig ben. Wel mis ik het gevoel dat je als speler hebt als je met jouw team een wedstrijd gewonnen hebt. De wereld van het profvoetbal is hard. Iedereen gaat voor z’n eigen belang, ondanks dat voetbal een teamsport is.”

Heb je bewust voor het trainersvak gekozen?
“Ja, ik was al jeugdtrainer toen ik nog speelde. Het trainersvak is eigenlijk een logisch vervolg op mijn profcarrière, omdat het heel dichtbij het zelf voetballen staat. Inmiddels heb ik alle diploma’s gehaald die je kunt halen voor het trainersvak. Het trainersvak vind ik gewoon hartstikke leuk.”

Wat zou jij aan talentjes mee willen geven?
“Probeer elke dag het maximale uit jezelf te halen. Als je dat elke dag doet, dan heb je de meeste kans om jouw doel te bereiken. Wat jouw doel is, dat bepaal je uiteindelijk zelf. Je kunt daar niet altijd invloed op uitoefenen, maar als je elke dag je best doet, dan heb je het maximale uit jezelf gehaald. Je moet gewoon heel veel inzet tonen en heel hard werken. Misschien komt jouw droom dan wel uit!”

Door: Vrougje Fikke

Meer interviews kun je HIER vinden