Column Bert Egging: Zomer zonder Oranje

Het voetballoze tijdperk. Niet het eerste, tweede maar het zoveelste. Klinkt alsof het pijn doet. Dit jaar zelfs zonder dat Oranje moeite doet het vacuum te vullen. Onze Nationale trots heeft zich in de berm gereden naast de sigarettenpeuken en de lege flessen. Vertrouwen in een Varssevelder? Forget it. Geen takelwagen in zicht. In het land van Blind is een enkel oog al kassa. Voordeel is wel dat de Oranje prullaria onder de toonbank kan blijven.

Zon schroeit de velden, de zomer is uitgebarsten als een rijpe tomaat. De geur van verbrand vlees en zweetpatatten walmt door de achtertuinen waar de begonia’s in slagorde staan opgesteld. Een kolonie mieren zoekt zich een weg tussen de stenen en vliegen laten zich niet verjagen, zelfs niet met op batterijen gestookte vliegenmeppers. Tuinstoelen kraken al bij voorbaat bij de gedachte aan de kiloknallers die komen gaan.

Op de camping, verscholen tussen de maisvelden, waart de gezelligheid rond als de pest door de Middeleeuwen.

Het gif van de verveling zaait tweedracht. Hitte teistert de tentzeilen en doet het fineer van de Kipcaravans krullen. Een schrale hond rolt zich door het tot stof geworden zand om de luizen op afstand te houden. In de tot kantine gepromoveerde kippenschuur geeft een onhandige nakomeling van Herman de Zijker een workshop in het bakken van pannenkoeken aan een vrachtwagen luidruchtige blagen. Het resultaat mag er zijn. Twee borden vol zwartgeblakerde meelplakken met hier en daar een stuk spek.

Ergens in de namiddag, als de chaos en de pannenkoeken zijn verdwenen, is de TV het middelpunt van het voetbaluniversum met IJsland tegen Noord Ierland. Nul – Nul. De stem van Frits van Turenhout doemt op uit een ver verleden. Nul-Nul, het klinkt als een oorlogsverklaring zo plechtig. Proost buurman.

De laatste zonnestralen doen de muggenolie, die breeduit is uitgestrooid over kreeftrode huid, glanzen als zilver in de maneschijn. Parfum van de zomer. Wat door kalverliefde aangevallen tieners vluchten de verdorde struiken in tot de brandnetels toeslaan en de jeuk zijn tol eist. Zelfs de allermooiste woorden van de romantische dichter staan machteloos tegen krabben en schuren. In de ondoordringbare verte krast een uil, wat kraaien zoeken een rustplaats voor het aanstormende duister. Papa sleept een WC-rol naar het washok terwijl Mama heldhaftige pogingen doet een blik bruine bonen op temperatuur te brengen op een gammel gasstel. De baby huilt, Jantje is zijn zonnebril verloren. “Was ik maar bij Moeder thuisgebleven” fluit Opa stil voor zich heen. Romantiek hangt in de lucht als de geur van zweetvoeten in de kleedkamer.

De zomer brandt op als een kaars van de Action. Walmend en wanstaltig. Zelfs een voetballoze zomer heeft een slotakkoord. De kus van die bevallige blondine drie tenten verderop gloeit elke dag minder en minder. Zelfs de dromen aan die herinnering vervagen tot stroperige zwart-wit flitsen. Als de eerste regenwolken het najaar aankondigen is de foto van haar, diep verscholen in de krochten van de voetbaltas, een beeld van een vreemdeling. Het E.K. is uitgedoofd als een nachtkaars. De Duitsers hebben gewonnen, de italianen speelden alles gelijk en Ierland…..geen idee meer.

De saxofoon van Pharoah Sanders krast zwarte gaten in de atmosfeer. Een voorbijtrekkende fietser kijkt verstoord op. Hij mist het voetballoze tijdperk, mist de oranje onderbroeken. Voor hem geen feest, geen zomer. Alleen de zondvloed van de verveling trekt als een windhoos door zijn denkwereld. De slippers en de barbequetang liggen nutteloos in de hoek.

Sanders is mijn held, hij toetert me lachend de zomer door.

 

Door: Bert Egging

Meer columns lees je hier