Column Jan Dirk v/d Zee; elk kind verdient een goede trainer

Wij vragen te weinig is mijn conclusie na het lezen van het onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam. Met hun studie naar de invloed van sport op de samenleving, in opdracht van het ministerie van Veiligheid & Justitie, werpen ze een nieuw licht op de rol van goede trainers in de amateursport. Die blijken een veel belangrijkere rol te vervullen dan tot nog toe werd aangenomen.

Na ouders en school, zijn trainers de derde opvoeders in rij. Cruciaal om onze kinderen te leren samenwerken, verlies te nemen en hun afspraken te laten nakomen. Het voorkomt zelfs criminaliteit.

Onbetaalbare bijdrage

Ondertussen blijven gemeenten sportverenigingen vooral zien als percentages in de begroting, die elk jaar verdwijnen naar gesubsidieerde velden, clubhuizen en kleedkamers. Ik zou vriendelijk willen vragen om die zienswijze (drastisch) bij te stellen. Het is niet meer de vraag wat sport de gemeente kost, maar wat het hen oplevert nu bewezen is dat sport een onbetaalbare bijdrage levert aan de sociaal emotionele ontwikkeling van een kind.

Mooi, maar wat betekent dat?

  1. Een andere mentaliteit van de nationale overheid en gemeenten. Namelijk het besef dat kinderen een belangrijk deel van hun opvoeding via hun sport krijgen en de sport daarmee een wezenlijke bijdrage aan de samenleving levert;
  2. Gemeenten meer willen investeren in de ontwikkeling van trainers en sport;
  3. We onze kinderen alleen nog maar goede trainers gunnen.

Wereld te winnen

Op dat laatste punt is er bij voetbalverenigingen nog een wereld te winnen. Zo eerlijk moeten we ook zijn. Nog steeds worden trainers onderschat of, nog erger, hun rol wordt op de koop toegenomen. Opmerkelijk. Omdat bijna iedereen binnen het amateurvoetbal weet, dat een slechte trainer, de belangrijkste reden is om met de sport te stoppen. Zeker voor een kind. Die pikt het niet als iemand te vaak schreeuwt, onvoldoende luistert, te snel boos wordt of altijd negatief is.

Daarom gaat de KNVB de komende jaren meer nadruk leggen op de pedagogische kanten van de trainersopleidingen (7.000 cursisten per jaar) en zullen we een deel van de huidige trainers – die misschien twintig jaar geleden hun opleiding hebben gevolgd – opnieuw moeten inspireren met moderne inzichten. Omgekeerd zullen trainers met louter goede bedoelingen – maar weinig aanleg – op een charmante manier te horen krijgen dat ze geen trainer (meer) hoeven te zijn.

Ieder kind heeft namelijk recht op een goede trainer. Iemand die ze inspireert en onvoorwaardelijk in ze gelooft. Daar kan je nooit te veel voor vragen. Nooit!

 

Bron: KNVB

Meer columns lees je hier